2. De ware vrienden

De fanfare “De Ware Vrienden” werd opgericht op 21-2-1845 zoals blijkt uit de gemeente archieven. Het register van uitgaande briefwisseling jaren 1849-1859 vermeldt immers in zijn brief nr. 4213 van 1-10-1856 gericht aan de Heer Arrondissementscommissaris te Kortrijk het volgende:

“Nous avons l’honneur de vous informer en réponse à votre lettre du 30 septembre dernier, que la Société de fanfares de cette commune a été creé le 21 février 1845 ; que les resources pécuniaires annuelles dont elle peut disposer pour payer son directeur etc., s’elèvent a Frs 290 et que le nombre exact des membres exécutants est de 32.
Le Secrétaire,
(signé) J.B. Devos.
Le Collège Echevinal,
(signé) F. Messiaen.

Het jaarverslag van de Provincie schetst het muziekleven van die tijd als volgt in het Memoriaal administratief der Provincie West-Vlaanderen – jaar 1846 – deel 1 blz. 724:


“Les sociétes de musique jouissent d’une grande faveur dans la Flandre Occidentale et nous applaudissons à leurs succès, L’expérience a en effet, démontré combien la culture des beaux-arts en général mais particulièrement de la musique, contribue à développer dans une nation, les bienfaisants principes de la civilisation et de la paix.
Le nombre de nos sociétés de musique s’est considérablement accru depuis quelques années ; des corps nouveaux se sont formés, d’autres se sont réorganisés, à Bruges, à Courtrai et dans plusieurs communes rurales. On comte aujourd’hui dans la province, 67 sociétés qui dans des réunions régulières et périodiques, s’adonnent à la culture de l’une ou de l’autre branche de l’art musical. La musique instrumentale parait avoir principalement captivé l’attention de nos artistes : il y comparativement peu de sociétés de chant ; les corps d’harmonie sont au contraire, très nombreux.”

In de bij het provinciaal verslag gevoegde tabel van de in het jaar 1845 bestaande muziekmaatschappijen in West-Vlaanderen, komt de gemeente Sint-Denijs niet voor. Voor het Arrondissement Kortrijk zijn slechts de volgende muziekmaatschappijen vermeldt: Avelgem, Dottenijs, Harelbeke, Herseaux, Moorsele, Moeskroen en Waregem. Zelfs Kortrijk komt er niet in voor, alhoewel zijn reorganisatie hoger aangekondigd werd, zodat men mag aannemen dat niet alle bestaande muziekmaatschappijen werden gesignaleerd of vermeld.
Bij de volkstelling van 15-10-1846 telde Sint-Denijs 3.582 inwoners, waaronder 1332 zelfstandigen, 1129 spinners en 124 wevers. Het is onder de jongelingen van deze bevolkingsklassen dat de eerste muzikanten gevormd werden.
De uitvoeringen zullen zich aanvankelijk wel beperkt hebben tot het opluisteren van plaatselijke feesten, kermissen, processiën en vaderlands plechtigheden.
De eerste stichters, bestuurders en bestuursleden treden nauwelijks uit de anonimiteit, alhoewel zij om hun initiatief de volle waardering verdienen. Het staat nochtans vast dat zij te zoeken zijn onder de notabelen van de gemeente.
De eerste jaren van de stichting waren gekenmerkt door economische moeilijkheden, mislukkingen van aardappeloogst en moeilijkheden in de vlasverwerkende nijverheid, zodat er veel armoede heerste. Sint-Denijs telde in 1846: 273 ondersteunde gezinnen.
De jonge muziekmaatschappij ijvert echter onverdroten verder, gesteund door de bijval bij de bevolking.
Zo vernemen wij uit het memoriaal administratief der provincie van 1854 dat er in 1853 een muziekfestival heeft plaats gehad te Sint-Denijs. Op 17 april 1853 heeft er te Sint-Denijs een vaderlands plechtigheid plaats, naar aanleiding van de meerderjarigheid van Z.H.H. de Hertog van Brabant en zijn huwelijk met H.K.H. Marie Antoinette-Anne, Aartshertogin van Oostenrijk, waaraan de burgerlijke autoriteiten, de officieren van de Burgerwacht, Muziekmaatschappij en Zangkoor deelnamen.
Er is Te Deum – de huizen worden bevlagd met de nationale driekleur en het luiden der klokken, artilleriesalvo’s en de toejuichingen van het publiek.
De Heer Jef Poels op blz. 24 van het “Vademecum” van het Belgisch muziekverbond maakt gewag van een telling in 1851, waaruit blijkt dat West-Vlaanderen op dat ogenblik slechts 59 instrumentale verenigingen telde met een totaal van 1547 uitvoerders.
Bij petitie van 19-08-1856 vraagt de Muziekmaatschappij, langs het Gemeentebestuur om, een toelage aan de Staat. In een begeleidende nota van het Gemeentebestuur wordt met lof gesproken voer de snelle opgang van de muziekmaatschappij, welke op dat ogenblik reeds 30 spelende leden telt, alhoewel zij over weinig financiële middelen beschikt en daarbij nog haar dirigent, welke niet tot de inwoners der gemeente behoort, moet betalen.
De gemeente verleent een toelage van 30 Fr. Aan de muziekmaatschappij voor het jaar 1856.
In 1857 en 1858 ontvangt de Fanfare “De Ware Vrienden” een Staatstoelage van 100 Fr. Deze wordt uitbetaald aan de Hr. August Mullie, Schatbewaarder.
De muziekmaatschappij bezit ook reeds een uitgewerkt statuut.
Het Bestuur is samengesteld uit 13 leden: een voorzitter; een ondervoorzitter; een schatbewaarder; een verslaggever plus 7 ereleden en 2 aktieve leden. De sekretaris en de bestuurder maken deel uit van het bestuur, echter zonder stemrecht.
De oudst gekende voorzitter is de Hr. Vandeghinste, welstellend landbouwer, geboren te Sint-Denijs op 17-04-1831 en bewoner van de hofstede de l’Arbre, overblijfsel van de vroegere heerlijkheid de l’Arbre. Hij was tevens gemeenteraadslid en werd einde 1859 verkozen tot Schepen. De Hr. Adolf Yserbyt, landbouwer, was ondervoorzitter. De Hr. Victor Messiaen sekretaris en de Hr. Jean August Mullie werd bij de stemming van oktober 1860 verkozen tot gemeenteraadslid en zal in 1864 Burgemeester worden.
Vanaf 1860 begint de gemeentepolitiek zich toe te spitsen, naar aanleiding van de beslissing van het gemeentebestuur om een nieuw kerkhof op te richten. De geestelijkheid heeft zich hiertegen krachtdadig verzet met steun van het bisdom. De gemeentebestuurders verwerven de naam van liberalen en het muziek, hetwelk thans krachtdadiger dan ooit gesteund wordt door de gemeente, bekomt de naam van gemeentemuziek of Liberaal muziek.
De gemeentetoelage bedraagt in 1860: 150 Fr. En in 1861: 200 Fr. Een dergelijke toelage wordt ook gevraagd aan de staat.
Het lokaal van de muziekmaatschappij is gevestigd in Café “De Schouwburg” bij de Hr. Debouvrie Arthur.
Inmiddels heeft de muziekmaatschappij “De Ware Vrienden” reeds naam en faam verworven in de streek en zij beoogt de inrichting van een muziekfeest om de wedijver met de andere muziekmaatschappijen te stimuleren.
Uit de rekening van 1860 blijkt dat de muziekmaatschappij reeds een hoogtepunt heeft bereikt en een merkwaardige muzikale activiteit aan de dag legt.
Zij put haar bijzonderste inkomsten uit de steun van de bevolking, de giften der ereleden en de steun van het gemeentebestuur, terwijl de bijzonderste uitgaven gaan naar de dirigent, voor het bestuur van de muziekmaatschappij en het aanleren der leerlingen- muzikanten en voor de bekostiging van het Sint-Ceciliafeest en voor de verplaatsingskosten met de postkoets. Iedere uitstap kost aan de muziekmaatschappij 35 tot 50 Fr. zonder rekening te houden met de milddadigheid van de vergezellende ereleden.

Het jaar 1860 is gekenmerkt door een drukke activiteit:

  • 13 mei festival te Pecq
  • 10 juni muziekfeest te Avelgem
  • 17 juni opluisteren der kermis
  • 24 juni begeleiden van accordeon-maatschappijen
  • 01 juli begeleiden van de stoet der kaatsmaatschappijen te Bossuit
  • 15 juli deelname aan muziekwedstrijd te Moeskroen
  • 29 juli jaarlijks bezoek aan en of ander afgelegen wijk der gemeente
  • 30 september festival te Deerlijk
  • 01 oktober deelname aan de Koninklijke Stoet bij de inhuldiging van de vaart en uitvoering van muziekstukken tijdens het morgenontbijt van de Vorst.

In de korte tijdspanne van 15 jaar heeft de Fanfare “De Ware Vrienden” reeds 20 palmen bijeengespeeld. Twee te Brugge op 27-07-1856, ter gelegenheid van de Feesten bij de 25e verjaring van de Troonsbeklimming van Z.M. De Koning. 1 Medaille te Kortrijk in 1854. – 1 Medaille te Leers-Nord (Frankrijk) op 19-07-1857 en verder te Celles, Pecq, Moeskroen, Dottenijs, Avelgem en andere lokaliteiten.
Reeds lang lag het in de begeerte van de muziekmaatschappij een vlag te bezitten, maar de financiële middelen lieten dit niet toe, tot hen een gifte werd gedaan van een nieuwe vlag, dank zij de milddadigheid van enkele vooraanstaande dames.
Om deze vlag naar behoren te kunnen inhuldigen en te deze gelegenheid een muziekfestival te kunnen organiseren werd beroep gedaan op de steun van de Staat en Provincie, welke ieder voor 50 Fr. zijn tussen gekomen.
De vlaginhuldiging heeft plaats op 30 mei 1861.
Het muziekfestival op 19-08-1861 met deelname van 14 maatschappijen. De kosten belopen 700 Fr.
Op 24-08-1862 heeft er opnieuw een muziekfestival plaats met 11 muziekmaatschappijen, waaronder deelname uit Frankrijk. Te deze gelegenheid worden voor 175 Fr. medailles uitgereikt.
Na deze grootse muziek-manifestaties treedt een verflauwing in. Men maakt er zijn beklant over dat de muziekchef een vreemdeling is en dat leden en leerlingen afvallen. Men doet beroep op een nieuwe muziekchef een zekere Smidts, gepensioneerde militaire muziekchef uit Doornik.
Deze is bereid de gemeente te komen bewonen mits 600 Fr. per jaar, voor het geven van 3 lessen per week aan de leerlingen-muzikanten en 2 repetities per week voor de muziekmaatschappij: de zondag van 13 tot 15 uur en de donderavond van 20 tot 22 uur. Deze nieuwe muziekchef wordt voorlopig aangenomen tegen 6 Fr. per repetitie.
Inmiddels is er in het gemeentebestuur ook een sterkere oppositie waar te nemen.
Op 02-08-1854 wordt de Hr. Eugène-Ghislain Opsomer (geboren te Dentergem op 31-12-1819) benoemd tot Notaris te Sint-Denijs. Hij is van rijke afkomst, vooraanstaand Katholiek en kunstminnaar. Hij zal de leider worden op de gemeente van de katholieke partij, welke op dat ogenblijk in de oppositie staat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *